Beatrix 

Vol goede moed duw ik de klink naar beneden en open de deur. ''Goedemiddag'', zegt een jonge vrouw met grijs geverft haar en een behoorlijk Brabants accent. Oké daar gaan we dan, vriendelijk glimlachen, en een half uur praten over het weer tegen een volkomen vreemde die denkt beter om te kunnen gaan met mijn haar dan ikzelf. ''Wat is je naam?'' vraagt ze terwijl ze haar vingers alvast op de toetsen zet. ''Uhh, Wiering'', zeg ik twijfelend, alsof ik deze naam nog niet zo lang draag. Ze tikt snel en zoekt even, ''en de voornaam is?'' Ze blijft me maar aankijken. ''Inger, mijn naam is Inger.'' Ik zeg het expres twee keer omdat ik het anders moet spellen en mijn eigen naam eigenlijk niet zo goed kan uitspreken.''Het is veertien weken geleden dat je je haar hebt laten knippen, klopt dat?'' vraagt ze op dezelfde toon als de schooljuffrouw die mij aansprak omdat ik 'per ongeluk' een jongetje in zijn gezicht had geslagen. Ik ga in de stoel zitten die ze me aanwijst om mijn haar te laten wassen en twijfel zoals gewoonlijk om mijn ogen open te houden of te sluiten. Als ik mijn ogen open houd weet ik dat ze waarschijnlijk het gesprek nu al zal beginnen, als ik mijn ogen sluit ben ik bang dat ze denkt dat ik er van geniet om naar de kapper te gaan. Ik kies voor het eerste, en jawel, nog geen minuut later begint het geouwehoer al. ''Het weer begint om te slaan he? Het is ineens zo donker buiten..'' Mijn tactiek is om zoveel mogelijk vragen te stellen alsof ik heel erg geïnteresseerd ben in haar leven, dus vraag naar haar pinksterweekend en ga subtiel mijn standaard vragenlijst af. Zo'n twintig vragen en dertig minuten later reken ik met een klein leugentje een studententarief af en ren met mijn geföhnde Beatrix kapsel naar buiten.